Raad voor de Kinderbescherming
Inleiding
Bij scheidings- en omgangszaken adviseert de Raad
voor de Kinderbescherming als de rechter daarom
vraagt. In de wet is vastgelegd dat ouders na een
echtscheiding in principe samen het ouderlijk gezag
houden. Ook het recht op omgang tussen ouders en
kinderen is in de wet opgenomen. Als ouders niet in
staat zijn daar zelf, of met behulp van een mediator,
goede afspraken over te maken, kunnen zij de rechter
vragen hierover een beslissing te nemen. De rechter
kan de Raad voor de Kinderbescherming dan vragen
nader onderzoek te doen. In dit onderzoek staat het
belang van het kind centraal. De rechter bepaalt of
het advies van de Raad wordt overgenomen.
Onderzoek en advies
Het onderzoek start met het gezamenlijk uitnodigen van de ouders en voor een
bemiddelingsronde. Immers, ouders zijn ook na een scheiding zelf verantwoordelijk voor het maken van goede
afspraken rondom hun kinderen.
Als de bemiddeling slaagt informeert de Kinderbescherming aan de rechter welke overeenstemming die ouders hebben bereikt.
Slaagt bemiddeling niet dan wordt er meer informatie verzameld. Eventueel worden de kinderen uitgenodigd voor een gesprek.
Ook kan men informatie inwinnen bij mensen die beroepsmatig met de ouders en/of kinderen te maken hebben gehad, bijv. school, huisarts, hulpverlener.
Soms wordt er een externe deskundige ingeschakeld.
Voorbereiding onderzoek
De schriftelijke uitnodiging voor het onderzoek bevat gewoonlijk niet meer dan datum en tijd.
De vraagstelling van de rechtbank wordt helaas niet standaard meegezonden.
Om je goed te kunnen voorbereiden neem je het best direct telefonisch of schriftelijk contact op en vraag je om toezending van de onderzoeksvraagstelling
Wat aan de orde kan komen:
- problemen bij de vader;
- problemen bij de moeder;
- problemen bij de kinderen;
Denk ook na over jouw betrokkenheid bij de opvoeding en die van de andere ouder.
Men zal jou vragen of jij je in het kind kunt verplaatsen, in zijn gevoelens.
Verder kan men vragen of jij je leven al weer op orde hebt en of de alimentatie goed is geregeld.
Uitvoering van het onderzoek
Het onderzoek wordt uitgevoerd door twee raadsmedewerkers onder
verantwoordelijkheid van een praktijkleider of een unithoofd. Er
volgen meestal 2 tot 3, soms 5 bijeenkomsten.
Als eerste moet men de aandacht richten op het vinden
van oplossingen voor gerezen opvoedingsproblemen. Voor een kind
is het immers van groot belang dat hij (ook in het geval van een
echtscheiding) met beide ouders een relatie blijft onderhouden.
Daarom heeft de Kinderbescherming de plicht om beide ouders aan te
blijven sporen om duurzame regelingen te treffen.
Van de raadsmedewerker mag een onpartijdige houding verwacht worden en een deskundige en objectieve behandeling.
Bedenk echter dat men niet aan waarheidsvinding doet, d.w.z. ieder kan zijn eigen verhaal vertellen zonder dat dat gecontroleerd wordt.
Proefcontact
In het kader van het onderzoek kan er een proefcontact
plaatsvinden tussen kind en niet-verzorgende ouder. Dit contact
vindt plaats in een speciaal ingerichte ruimte, de zogenaamde spelkamer.
De spelkamer is voorzien van een grote spiegel die aan een zijde
doorzichtig is en er is een intercom. Zo kan het contact tussen
kind en ouder vanuit een andere kamer worden geobserveerd.
Informanten
Desgewenst gaat men informatie inwinnen bij derden, bijv. school, huisarts, hulpverlener vader, moeder en/of kind.
Je kunt zelf ook iemand voorstellen.
In verband met privacyregels dient men schriftelijk toestemming te vragen voor het horen van derden. Maar daar houdt men zich niet altijd aan.
Als je informanten niet vertrouwt kun je hen beter zelf zo snel mogelijk een brief schrijven waarin je op grond van privacy geheimhouding eist.
Huisartsen mogen zowiezo geen informatie geven zonder jouw uitdrukkelijke toestemming.
Extern onderzoek / forensische diagnostiek
Eventueel kan de Raad extern onderzoek aanvragen bij een psychiater of een
psycholoog met als doel om de rechter voor te lichten omtrent de psychische en sociale oorzaken van het gedrag
van iemand. Dit wordt forensische diagnostiek genoemd.
Bespreking concept rapport
Op de laatste bijeenkomst wordt het voorlopige rapport voorgelezen of ter lezing voorgelegd.
Je krijgt dit conceptrapport mee naar huis en 1 week de tijd om daar schrifteljk op te reageren.
Ga tijdens dit gesprek niet in op het rapport maar laat het eerst thuis rustig bezinken voordat je daarop reageert.
Commentaar op concept rapport
Het is verstandig om je reactie kort en zakelijk te houden. Beschrijf welke zinnen er fout staan beschreven.
En wat er wel had moeten staan. Boos en emotioneel reageren werkt alleen maar in je nadeel.
Raakt het je emotioneel dan kun je beter de hulp van een vertrouwenspersoon inroepen.
Kies een nuchtere kennis of vriend of vraag de hulp aan het maatschappelijk werk of Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ)
Hulp van je advocaat hoef je hier niet bij te verwachten.
Jouw commentaar wordt als bijlage aan het rapport toegevoegd.
Kanttekeningen
Er is nogal wat kritiek op de inbreng en werkwijze van de Raad voor de Kinderbescherming. Die kritiek komt vanuit allerlei geledingen in de maatschappij.
Horen van kinderen
Kinderen worden niet gehoord in de bemiddelingsfase van het onderzoek, wel in de nadere informatie-verzamelfase.
Er zijn hier geen duidelijke spelregels voor. Gebleken is dat kinderen doorgaans onvoldoende geïnformeerd worden over de genomen beslissingen en zij onvoldoende gelegenheid krijgen om hun mening te geven.
Duur onderzoek
Binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek van de rechter moet de kinderbescherming met het onderzoek beginnen.
Vanaf die datum moet het onderzoek binnen 145 dagen worden afgerond.
Vaak duurt het 9 maanden of langer en dat is slecht voor het tot stand komen van een omgangsregeling. Voorkom dat jouw zaak blijft liggen en dring aan op snelheid. Als de wachttijden worden overschreden kan jouw advocaat een brief naar de rechtbank sturen.
Waarheidsvinding
Het onderzoek is niet gebaseerd op waarheidsvinding maar bedoeld om inzicht te krijgen in de achtergronden van het gezin.
Voor beide ouders is het van belang dat ze elkaars visie leren kennen maar de visie van de moeder krijgt de meeste aandacht.
Al te vaak worden er vertekende en onware verklaringen afgelegd om de ander in discrediet te brengen.
Dit leidt vaak tot verontwaardiging, strijdbaarheid en wraakgevoelens en staat verzoening met de situatie in de weg.
Een dergelijk benadering is dan sterk af te raden en zeker niet in het belang van het kind.
Het zou wenselijk zijn als in het rapport duidelijk werd vermeld dat het niet op waarheidsvinding is gebaseerd.
Klachtbehandeling
Wanneer u zich niet serieus genomen voelt en meent dat er
gebreken zijn in de handelswijze van de raadsmedewerker dan kunt
u protest aantekenen en een gesprek eisen met de unitleider of de
directeur van de Raad voor de Kinderbescherming.
Ook na een bezoek kunt u een klacht indienen, schriftelijk binnen
2 maanden bij de directeur van de betreffende vestiging van de
Raad. U kunt eisen dat de afhandeling van het onderzoek tijdens
de klachtbehandeling word stopgezet. Het kan voorkomen dat men
dit weigert "in het belang van het kind", of omdat men van mening
is dat daardoor het rapport niet zou veranderen. Echter, dat is
onbehoorlijk gedrag (Nationale Ombudsman, 2003/398).
Hoewel er vrij veel geklaagd wordt, worden er toch weinig
klachten ingediend. Er bestaat een zekere angst dat het indienen
van klachten tegen u gebruikt wordt. Daarom wordt dit vaak door
advocaten ontraden. Toch kunt u beter op uw eigen gevoel afgaan
anders heeft u later waarschijnlijk spijt. Bovendien kunnen
klachten wel degelijk zin hebben. Uw zaak kan daardoor 4 maanden wordeb vertraagd, hetgeen op zich al een doel kan zijn.
Maar wil je vertraging vermijden is het beter om geen klacht in te
dienen maar om een gesprek aan te vragen bij de unitleider of
directeur om de zaak te bespreken.
Wordt uw klacht niet naar wens behandeld dan wendt je je tot de staatssecretaris van justitie.
Reageert die niet dan wordt het tijd om de Nationale Ombudsman in te schakelen.
Volgorde indienen klacht:
1) raadsmedewerker
2) vestigingsmananger
3) resortdirecteur
Het hoofdkantoor speelt hierin geen rol.
4) staatssecretaris van justitie
5) nationale ombudsman.
Dossier
Het dossier blijft bij de Raad voor de Kinderbescherming bewaard totdat de kinderen de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
U heeft ten allen tijde recht op inzage in uw dossier. Zo kun je zien
welke informatie beschikbaar is, en of uw dossier wel volledig is. Zo moeten
alle contacten worden vermeld en er moeten verslagen zijn van alle
telefoongesprekken. Indien stukken ontbreken dan is dat fraude en
kunt u het dossier wraken.
