Algemeen Dagblad, donderdag 08 juli 1999, door Helga Kormos.
Omgangsrecht
Een kind en de gescheiden ouder aan wie de kinderen niet zijn toegewezen, hebben recht op omgang met elkaar. Zo staat het in de wet. Maar in de praktijk komt er soms weinig van terecht. Ouders (vooral vaders) vechten al jaren voor een vooral juridische oplossing van dit probleem. Maar is het wel oplosbaar?
"Ik heb een hekel aan mijn vader en ik hoef hem nooit meer te zien."
Gevraagd naar het waarom van de haatgevoelens, komen jongens en meisjes met antwoorden als: "Omdat hij stinkt" of "Omdat je hem zo hoort kauwen aan tafel."
Soms gebruiken jonge kinderen ouwelijke taal, maar vallen ze bij doorvragen al snel door de mand. "Mijn vader valt ons lastig", beweert een vierjarige dame die even later niet kan uitleggen wat die vader dan doet.
Een wijsneus van acht vindt dat haar vader "geen goed voorbeeld is voor haar zesjarige broertje". Twee jongetjes van zes en acht jaar houden vol dat hun vader nooit iets leuks met hen heeft gedaan. Als ze vrolijke familiefoto's van leuke uitstapjes te zien krijgen, werpen ze tegen dat het om nepfoto's gaat. Dit zijn enkele van de vele voorbeelden die dr. Richard Gardner, een Amerikaanse hoogleraar kinderpsychiatrie, in zijn laatste boek beschrijft.
Onlangs sprak hij erover in Nederland tijdens een congres over scheiding en omgang, georganiseerd door de Open Universiteit met steun van het ministerie van Justitie en het platform Samenwerkende Cliëntenorganisaties in de Jeugdzorg en het Familierecht. De voorbeelden illustreren hoe sommige kinderen bij een 'vechtscheiding' proberen de andere ouder (meestal de vader) te verstoten. Die presenteren zij als 100 procent slecht en de verzorgende ouder als 100 procent goed. De argumenten die ze daarvoor aanvoeren zijn absurd en daardoor weinig overtuigend. Toch worden ze volgens de kinderpsychiater soms serieus genomen door rechters en advocaten. Die laten dan na om te vragen of dat nu werkelijk redenen zijn om hun vader of moeder nooit meer te willen zien. Gardnes noemt het verschijnsel PAS (Parental Alienation Syndrome). Daar is volgens hem sprake van als een kind klem zit tussen strijdende ouders, een afwijzingcampagne tegen de andere ouder voert zonder dat daarvoor een geldige reden is.
Voorwaarde om van PAS te kunnen spreken, is dat dit gedrag niet alléén het resultaat is van indoctrinatie door de verzorgende ouder. Ook het kind levert een actieve bijdrage. Kinderen verzinnen de zotste argumenten om duidelijk te maken dat ze geen omgang willen.
En terwijl de kinderen zonder enig blijk van schuldgevoelens de niet-verzorgende ouder door het slijk halen, zit de verzorgende ouder er volgens de kinderpsychiater onbewogen bij en grijpt niet in. "Van mij mogen ze naar hun vader (moeder) maar u hoort het, ze willen niet", is dan een veel gemaakte opmerking. "Een ouder die zo doet , leert de kinderen geen respectvol gedrag tegenover de andere oudere en biedt daardoor geen gezonde opvoedingsomgeving", aldus Gardner. Hij noemt het veroorzaken van PAS bij een kind een vorm van mishandeling.
In ernstige gevallen ziet hij dan ook maar een uitweg: overdracht van het gezag naar de ander die de dupe is van PAS.
In andere gevallen zit er volgens hem niets anders op dan de ouder die de omgang blokkeert, te dreigen met een (korte) gevangenisstraf. En die straf ook uit te voeren als dat nodig is, eventueel in de vorm van huisarrest.
"Je hebt hier niet te maken met patienten die therapie nodig hebben, maar met procederende partijen. Dat vraagt om een heel andere aanpak", aldus Gardner.
Volgens de Amerikaanse hoogleraar zijn de 'programmerende' ouders en hun 'geprogrammeerde' kinderen in wezen doodsbang de sterke band die ze met elkaar hebben, te verliezen. "Dat is het gevolg van een rechtssysteem, waarin scheidende ouders tegenover elkaar komen te staan en de rechter moet bepalen wie de betere ouder is. Kinderen in die situatie durven uit angst voor afwijzing door de verzorgende ouder, niet te laten merken dat zij ook graag contact met hun andere ouder willen."
Gevangenisstraf als stok achter de deur geeft deze kinderen volgens de psychiater precies het excuus dat ze nodig hebben om het contact met hun vader te behouden of te herstellen. Dan kunnen ze immers, zonder de relatie met hun moeder op het spel te zetten, tegen haar zeggen: Ik heb de pest aan hem maar ik ga, want anders word jij opgesloten. Gardner, wijs geworden door 'verkeerde toepassingen van zijn theorie', waarschuwt dat het cruciaal is onderscheid te maken tussen PAS (vijandigheid van een kind zonder geldige reden) en daadwerkelijke mishandeling of verwaarlozing van een kind (vijandigheid met geldige reden).
De dwarse ouder stevig onder druk zetten, is wat organisaties van gescheiden ouders (vooral vaders) al heel lang voorstaan. Middelen om de omgang te forceren, zoals hulp van politie of deurwaarder, dwangsommen of gijzeling van de onwillige ouder, staat de rechter maar zelden toe ('niet goed voor de kinderen') of missen hun uitwerking. Daardoor zijn er nogal wat ouders en kinderen die elkaar niet meer zien. Dat hakt er volgens de betrokkenen emotioneel flink in.
www.scheiding-omgang.nl
|