Grootouders en echtscheiding

Inleiding
Een echtscheiding is vaak een ingrijpende en emotionele gebeurtenis. Niet alleen echtgenoten en kinderen maar ook de grootouders ondervinden daarvan de gevolgen. Een echtscheiding leidt immers niet alleen tot een einde van het huwelijk, maar ook tot een breuk in de familie. Dit kan betekenen dat de grootouders na het uitspreken van de echtscheiding door de rechter, afhankelijk van diens oordeel met betrekking tot de verblijfplaats en omgang met de kinderen, hun kleinkinderen veel minder of geheel niet meer zien.

Contactvermindering
Hoewel de echtgenoten na een echtscheiding in beginsel wel het gezamenlijk gezag behouden, zal de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij één van de echtgenoten worden vastgesteld. Deze echtgenoot zal dan ook hoofdzakelijk de verzorgende taak op zich nemen, Ten behoeve van de andere echtgenoot zal veelal een omgangsregeling worden getroffen. Voor de ouders van de verzorgende echtgenoot waarbij de verblijfplaats van de kinderen is bepaald zal het contact met de kleinkinderen veelal niet aanzienlijk verminderen. Dat is anders voor de ouders van de echtgenoot die ingevolge de omgangsregeling zijn of haar kinderen slechts één weekend per twee weken ziet. Wanneer deze laatste grootouders immers geen afspraken kunnen maken met de verzorgende echtgenoot zijn zij voor het contact met hun kleinkinderen aangewezen op de beperkte tijdstippen waarop hun zoon of dochter ingevolge de geldende omgangsregeling omgang met de kinderen heeft. Het contact van de grootouders met de kleinkinderen wordt uiteraard helemaal aanzienlijk verminderd indien er geen omgangsregeling wordt vastgesteld tussen hun zoon of dochter en hun kleinkinderen.

Family life
De grootouders kunnen echter ook zelf de rechtbank verzoeken om een omgangsregeling tussen hen en de kleinkinderen vast te stellen. De wettelijke grondslag daarvoor is artikel 1:377f BW Een vereiste is daarbij evenwel dat tussen het kind en degene die om een omgangsregeling verzoekt een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Deze nauwe persoonlijke betrekking wordt ook wel "family life" genoemd. Of sprake is van "family life" hangt af van de feiten en omstandigheden van het geval. De rechter kan het verzoek tot omgang afwijzen indien het belang van het kind zich daartegen verzet, of indien het kind, dat twaalf jaar of ouder is, daartegen bezwaar maakt. In tegenstelling tot wat men zou vermoeden, worden er aan het vaststellen van een omgangsregeling tussen kleinkinde­ ren en grootouders strenge eisen gesteld. Volgens de rechter is er namelijk niet snel sprake van een family lifetussen kleinkinderen en grootouders. De enkele (biologische) verwantschap is daartoe niet voldoende. Regelmatig contact en af en toe een logéerpartij is ook niet voldoende. De grootouders moeten daadwerkelijk gedurende een langere periode een bijdrage hebben geleverd aan de opvoeding en verzorging van hun kleinkinderen wil er sprake zijn van family life.

Belang van het kind
Bovendien verzet het belang van het kind zich regelmatig tegen het vaststellen van een dergelijke omgangsregeling. Een omgangsregeling met grootouders zou bijvoorbeeld voor de kinderen te belastend kunnen zijn wanneèr zij daarnaast ook nog eens een omgangsregeling met hun vader of moeder hebben. De kleinkinderen krijgen daardoor te veel verplichtingen wannneer de communicatie tussen de verzorgende echtgenoot en de verzoekende grootouders of de rust in het gezin is verstoord is een omgangsregeling tussen kleinkinderen en grootouders veelal niet in het belang van de kleinkinderen.

Lichtpunt
Het gerechtshof te Amsterdam heeft in een uitspraak in 2006 een omgangsregeling tussen grootouders en een kleinkind wel toegewezen. Daarbij komt het vooruitzicht op een wijziging van het omgangsrecht in het Burgerlijk Wetboek. Daarmee lijkt wellicht meer ruimte te komen voor grootouders om succesvol een omgangsregeling met hun kleinkinderen te verzoeken. Hoe dat echter in de praktijk zal uitwerken blijft nog de vraag.

Google echtscheiding

www deze site