Ouderlijk gezag

Inleiding
Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht om het kind te verzorgen en op te voeden. Tevens geeft het verantwoordelijkheid over het lichamelijk en geestelijk welzijn van het kind. Het ouderlijk gezag omvat ook de plicht om de band van het kind met de andere ouder te bevorderen (sinds 2009).

Wie heeft ouderlijk gezag
Ouders hebben automatisch het ouderlijk gezag over kinderen die geboren zijn tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap (wet 2001). In alle andere gevallen heeft de moeder het eenhoofdig ouderlijk gezag.
Vaders die samenwonen en het kind bij de burgelijke stand erkennen krijgen niet automatisch het ouderlijk gezag. Dat moet apart worden aangevraagd via een formulier dat door beide ouders ondertekend bij de rechtbank moet worden ingediend. Zie aanvraag gezag
Het ouderlijk gezag loopt door tot de leeftijd van 18 jaar als de kinderen juridisch meerderjarig worden.

Behoud gezamenlijk gezag
De wet gaat er vanuit dat het in het belang van het kind is dat beide ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag hebben over het kind. Dat geldt zowel voor gehuwde als ongehuwde ouders.
Bij scheiden of uit elkaar gaan blijft het gezamenlijk ouderlijk gezag bestaan.
Hiervan kan alleen worden afgeweken als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat dit binnen afzienbare tijd verbeterd.
(wet 1998, 2009)

Gezagswijziging
In het belang van het kind kan het ouderlijk gezag gewijzigd worden. Bij de rechtbank kan een verzoek tot ontheffing of tot invoering van ouderlijk gezag worden ingediend.

  • Een van de ouders kan verzoeken om eenhoofdig gezag.
  • Een minderjarig kind vanaf 12 jaar kan verzoeken om gezagswijziging, tijdens of na de echtscheidingsprocedure. Ook een jonger kind kan daarom verzoeken als hij de situatie goed kan begrijpen.
  • Beide ouders kunnen samen verzoeken om invoering gezamenlijk gezag
  • Een ouder kan verzoeken om herstel van gezamenlijk gezag
  • Een biologische vader kan zelfstandig verzoeken om invoering gezamenlijk gezag

Invulling gezamenlijk gezag
Bij gezamenlijk gezag zijn beide ouders belast met de opvoedkundige en juridische verantwoordelijkheid voor hun kinderen. Dit betekent dat één ouder in principe geen beslissingen kan nemen zonder medeweten of akkoord van de andere ouder. Diegene van de ouders bij wie het kind de dagelijkse verblijfplaats heeft, heeft de meeste verantwoordelijkheid. De andere ouder dient bereid te zijn om de zorgtaken van verzorgende ouder te aanvaarden en te respecteren. Kleine alledaagse beslissingen over de kinderen worden genomen door de verzorgende ouder. Grotere beslissingen worden in overleg genomen waarbij de positie van de verzorgende ouder gerespecteerd dient te worden. Te denken aan de keuze of de kinderen naar een creche gaan, welke school het meest geschikt is en of zij mogen deelnemen aan het verenigingsleven.
Het ouderlijk gezag kan niet worden aangewend om invloed uit te oefenen op het leven van de verzorgende ouder.
Het overleg tussen de ouders kan op verschillende wijze plaatsvinden: mondeling, telefonisch, schriftelijk of via een bemiddelaar.

Ouderlijk gezag houdt in principe in, dat u gezamenlijk besluiten maakt over:

  • Schoolkeuze *)
  • Opvoedingskwestie
  • Medische kwesties *)
  • Bijzondere uitgaven of verplichtingen ten behoeve van het kind
  • Inschrijving bij de gemeente / verhuizing
  • Aanvragen van paspoort of visum
  • Vertrek buitenland *)

* Schoolkeuze
Bij inschrijving eisen de meeste scholen een handtekenig van beide ouders.

* Medische kwesties
Na scheiding moeten beide ouders als ze het ouderlijk gezag delen toestemming geven als hun kinderen behandeld worden. Een uitwonende ouder mag hierbij niet zomaar gepasseerd worden zeker wanneer hij zelf vraagt om betrokken te worden.
Alleen in acute situaties mag gehandeld worden zonder toestemming van de ouders.
>>> Huisarts en de gescheiden ouder
>>> Algemene info toestemmingsvereiste ouders bij medische behandeling kind

* Buitenland
Voor wijziging van de vaste verblijfplaats van het kind naar het buitenland is de toestemming nodig van de niet-verzorgende, medegezagsouder. Bij dreigend vertrek naar het buitenland kan de mede-gezagsouder dit met een kort geding voorkomen.
Indien het kind eenmaal in het buitenland is kan de medegezagsouder eisen dat het kind wordt teruggebracht.

Valkuilen gezamenlijk gezag
Wie bij scheiding als ouder een respectvolle, afwachtende en begrijpende houding ten aanzien van zijn kinderen en andere ouder inneemt behoort niet ten gevolge van partnerproblemen het ouderlijk gezag kwijt te raken.
Mogelijke valkuilen:

  • de niet-verzorgende ouder stelt onophoudelijk de hoofdverblijfplaats
    van de kinderen ter discussie en/of belast hen met de discussie.
  • de niet-verzorgende ouder weigert halsstarrig overleg
  • de niet-verzorgende ouder zorgt voor onrust door zich te pas en te onpas met opvoedingstaken te bemoeien
  • de omgangsregeling loopt moeizaam of loopt niet.

Invulling eenhoofdig gezag
Eenhoofdig gezag betekent dat de verzorgende ouder (meestal de moeder) alleen het ouderlijk gezag heeft. Die heeft wel de plicht tot informatie en consultatie van de andere ouder. De niet-verzorgende ouder (meestal de vader) heeft recht op een omgangsregeling voor het kind. Daarnaast heeft de niet-verzorgende ouder ook recht op informatie en consultatie over het kind.
Aangezien de medewerking van de verzorgende ouder niet altijd vanzelfsprekend is, is het van belang om al deze zaken goed te regelen via de rechter.

Nieuwe partner
Op gemeenschappelijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en de nieuwe partner kan de rechter medegezag aan de partner toekennen. De niet met het gezag belaste ouder moet gehoord worden en kan daartegen bezwaar maken.
Gezamenlijk gezag geeft de niet-ouder dezelfde gedragsrechten en plichten als de ouder die het gezag heeft. Dat houdt ook een onderhoudsplicht in.
Na beëindiging van gezamenlijk gezag heeft de niet-ouder een onderhoudsplicht gedurende een even lange periode als het ouderlijk gezag heeft geduurd.
Zie verder: Aanvraag gezamenlijk gezag nieuwe partner

Centraal gezagsregister
Met ingang van 1 september 2012 zijn alle rechtbanken aangesloten op het nieuwe Centraal Gezagsregister. In het register wordt bijgehouden wie het gezag heeft over minderjarigen.
Het gezagsregister is openbaar en iedereen heeft recht om dit register in te zien en daarvan een uittreksel te vragen. Voortaan kun je nu bij elke rechtbank terecht voor een uittreksel van het gezagsregister.
Zie Rechtbanken
Op termijn kan dit ook via de Gemeentelijke Basis Administratie.

N.B. Als door de rechter besloten wordt tot een gezagswijzing dan wordt dit opgetekent in het gezagsregister.
Gezag van rechtswege zoals het gezag van moeders, ouders tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap en gezamenlijk gezag na scheiding staat niet in het gezagsregister. Gezamenlijk gezag van een ouder en diens partner en gezamenlijke voordij wordt wel in het register vermeld, evenals minderjarigheidsverklaringen, ondertoezichtstellingen en voorlopige voogdij.

Na overlijden gezagsouder
Bij overlijden van de ouder die eenhoofdig gezag heeft bepaalt de rechter wie het gezag krijgt. De andere ouder heeft een voorkeurspositie. Via de burgerlijke stand wordt die ouder opgespoord. De andere ouder heeft één jaar de tijd om het ouderlijk te vragen. Daarna vervalt de voorkeurspositie.
De gezagsouder kan via een testament een voogd aanwijzen. De rechter moet dan aan deze persoon vragen of hij/zij het gezag wil nemen.

Google echtscheiding

www deze site