Voortgezet ouderschap
Gelijkwaardig ouderschap is de normMet ingang van 1 maart 2009 is een nieuwe wet van kracht die beide ouders gelijke rechten en plichten geeft. Het ouderschap is uitsluitend gebaseerd op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling.
Het kind heeft recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding van beide ouders.
In het belang van het kind moet de opvoedingsrelatie tussen kind en beide ouders in stand worden gehouden. Niet alleen na echtscheiding of geregistreerd partnerschap, ook na samenleven staat gelijkwaardig ouderschap en de opvoedingsplicht centraal.
Wat betekent dit in de praktijk
Het is niet meer van belang wat voor soort relatie de ouders met
elkaar (gehad) hebben. Ouders zijn verplicht zich rekenschap te
geven van de toekomst van de kinderen na het verbreken van de
relatie. Hiervoor moeten zij een ouderschapsplan opstellen.
De ene ouder is verplicht de ontwikkeling van de band van het kind met de andere ouder te stimuleren Beide ouders hebben de plicht tot omgang met het kind. Ook als die ouder geen gezag heeft.
Hoofdpunten van de nieuwe wet
- De ouders zijn verplicht een ouderschapsplan te voegen bij een verzoek tot echtscheiding, beëindiging van een geregistreerd partnerschap of scheiding van tafel en bed. Deze verplichting geldt ook voor samenwonende ouders die gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen. Als het ouderschapsplan ontbreekt, zal de rechter een verzoek tot echtscheiding niet in behandeling nemen.
- De ouders maken in het ouderschapsplan over drie onderwerpen in ieder geval afspraken: zorgverdeling, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen.
- De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt nader omschreven:
- Een kind heeft recht op gelijkwaardig ouderschap na scheiding;
- Een ouder is verplicht om de ontwikkeling van de band van zijn of haar minderjarig kind met de andere ouder te bevorderen;
- De ouder die niet het gezag uitoefent, heeft niet alleen het recht maar ook de verplichting tot omgang.
- De rechter kan, als het belang van het kind zich hier niet tegen verzet, op verzoek een dwangmiddel in de beschikking opnemen. Een dwangmiddel kan bijvoorbeeld een dwangsom zijn. Dit wordt dan vastgelegd in de beschikking tot vaststelling van een zorgregeling of hoofdverblijfplaats.

