Omgangsregeling

Omgangsregeling opzetten

Inleiding
Het omgangsrecht voor ouder en kind is pas in 1995 in de wet vastgelegd. De plicht om het contact van andere ouder en kind te bevorderen werd in 2009 in de wet opgenomen. Hoe een omgangsregeling er uit moet zien vertelt de wet niet.
Ouders kunnen de omgangsregeling zelf invullen rekening houdend met de kinderen. Het beste kun je zo snel mogelijk afspraken maken en beginnen met de omgangsregeling. Kom je er samen niet uit dan kun je hulp inschakelen bijv. omgangsbemiddeling of advocaat.

Voorwaarden goede omgangsregeling
De regeling moet het kind voldoende tijd met zijn of haar ouder bieden om een natuurlijke huiselijke routine op te bouwen. Korte bezoekjes aan het park en de bioscoop bieden geen gelegenheid om een bevredigende relatie op te bouwen. Als het mogelijk en uitvoerbaar is, moeten logeerpartijen worden gestimuleerd.
Voor het kind is het van belang dat het een eigen plekje heeft bij iedere ouder en dat het contact plezierig verloopt.
Het kind moet er op kunnen vertrouwen dat afspraken worden nagekomen. Duidelijkheid en regelmaat is voor iedereen van belang.

Wat voor omgangsregeling
De meest voorkomende regeling is: een weekend in de veertien dagen, de helft van de vakanties en de helft van de feestdagen, en evt. ook een woensdagmiddag in de veertien dagen.
Dit kan per situatie anders zijn. Daarbij is o.a. de leeftijd van het kind van belang en de mogelijkheden van de ouders.

Er zijn verschillende denkbare regelingen:

  • Het kind brengt elk weekend bij de niet-verzorgende ouder door.
  • Het kind brengt bij beide ouders een dag van elk weekend door.
  • Het kind brengt de weekenden om en om bij een van de ouders door.
  • Het kind brengt een weekend per maand bij de niet-verzorgende ouder door.
  • Het kind ziet de niet-verzorgende ouder niet volgens een vaste regeling, maar door spontane bezoeken, of door verzoeken om contact van ouder of kind.

Elk weekend
Het kan sommige ouders goed bevallen om het kind de niet-verzorgende ouder elk weekend te laten bezoeken, maar het lijkt niet echt in het belang van het kind zelf te zijn. Elk weekend naar papa, bijvoorbeeld, betekent dat het kind nooit vrije tijd met mama doorbrengt. Mama heeft de taak hem of haar naar school te brengen, te helpen bij het huiswerk, hem of haar op tijd in bed te krijgen, de was te doen enzovoort, maar ze krijgt nooit de gelegenheid een hele dag met haar kind door te brengen aan zee misschien of het kind bijvoorbeeld mee te nemen naar haar ouders.
Het kind kan de situatie onbevredigend vinden, omdat hij of zij mama in het weekends mist, nooit vrije tijd heeft om alleen in mama's huis door te brengen en niet met vriendjes kan spelen, tenzij papa heel dichtbij woont. Maar, zoals dat gaat met alle relaties: als het werkt, werkt het; als het kind het fijn vindt om elk weekend bij papa te zijn, is dat duidelijk de beste oplossing voor een bezoekregeling.

Een dag per weekend
Een dag en een nacht doorbrengen bij de niet-verzorgende ouder en teruggaan naar de verzorgende ouder voor de andere dag van elk weekend werkt bij sommige kinderen goed.

Om het andere weekend
Om de week een weekend bij de niet-verzorgende ouder doorbrengen, is een veelgebruikte oplossing geworden voor bezoekregelingen na een echtscheiding. Sommige deskundigen zijn er niet zeker van waarom dit zo is en vragen zich af of deze regeling wel zo goed is als men denkt. Twaalf dagen bij mama en twee dagen bij papa: is dat psychologisch gezond voor de kinderen? Is het eerlijk ten opzichte van beide ouders? Ongelukkige ouders zorgen voor ongelukkige kinderen, over het algemeen. De regeling is in zoverre goed dat ze regelmatig is, maar twaalf dagen is misschien een te lange tijd voor het kind om een gemakkelijke en ontspannen relatie met de niet-verzorgende ouder te kunnen onderhouden. Het is zeker te lang voor veel niet-verzorgende ouders. Denk eens aan een andere goede relatie: zou uzelf een zeer diepe en intieme relatie kunnen opbouwen met iemand die u slechts om het andere weekend zag? Zou uzelf een intieme en liefdevolle relatie kunnen onderhouden met iemand met wie u hebt samengewoond, maar met wie u nu alleen nog maar om het andere weekend contact hebt? Denkt u dat de relatie verzwakt zou worden door dit verlies van contact?

Extra contact
Bezoeken om het andere weekend hebben voor beide ouders hun voordelen en dat is ongetwijfeld de reden dat deze regeling is ontstaan en dat ze nog steeds door veel gezinnen wordt toegepast. Vaak zijn er tijdens de tussenliggende twaalf dagen naast telefonisch, e-mail of chat-contact nog een of twee korte bezoekjes (een paar uur misschien). Dit extra contact kan de relatie met de niet-verzorgende ouder natuurlijker helpen verlopen. Voor een driejarige zijn twaalf dagen een heel lange tijd. Op deze jonge leeftijd moet het kind wel het verdriet van het afscheid doormaken, maar is nog te jong om te begrijpen wat er bedoeld wordt met 'Tot over twee weken' .

Het jongere kind
Het is bekend dat kinderen onder de vijf jaar kwetsbaarder zijn dan oudere kinderen na het verlies van een ouder door echtscheiding. Dat betekent echter beslist niet dat oudere kinderen niet onder de situatie lijden. Dat doen ze zeker wel. Een kind van onder de vijf is echter verward en niet in staat de situatie echt te begrijpen.Voor kleine kinderen zijn korte verblijven, zonder te blijven slapen, bij hun vader misschien wel het beste, afhankelijk van hoeveel zorg de vader aan het kind besteedde toen de ouders nog bij elkaar waren en alleen als de ouders tot nauwe samenwerking in staat zijn. Korte, geregelde bezoeken aan de niet-verzorgende ouder zijn voor het jongere kind wellicht het gunstigst.