Oordeel en advies van de Landelijke Klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs inzake klacht 02-10
De school gaf aan de niet met het gezag belaste ouder, in casu de vader, na herhaalde verzoeken niet de gevraagde informatie - met name de schoolrapporten.
De klachtencommissie wees een klacht wegens tijdrekken en onheuse bejegening af, omdat klager in zijn eerste brief zijn verzoek zelf niet vriendelijk had geformuleerd.
Belangrijker is dat de tweede klacht, wegens het negeren van het wettelijk voorschrift, gegrond werd verklaard.
De klachtencommissie gaf een niet mis te verstane interpretatie van de werking van artikel 1:377c BW, dat verschaffing van informatie door derden aan niet met het gezag belaste ouders, verplicht stelt.
VERANTWOORDING WERKWIJZE
Bij de Landelijke Klachtencommissie voor het algemeen bijzonder onderwijs (verder ook aan te duiden als "LKC") is op .. februari 2002 door de heer U te T een klacht ingediend tegen de algemeen directeur van de School, de heer S.
Voor de behandeling van deze klacht bestond de LKC uit mr. M, voorzitter, mevrouw K en mevrouw mr. C.
Door de gemachtigde van de School, mr. S2 te Amsterdam, is na verkregen uitstel op .. april 2002 tegen de klacht een verweerschrift ingezonden dat terstond ter kennis van klagers is gebracht.
Op .. mei 2002 vond ter behandeling van de klacht een besloten hoorzitting plaats in het Park Plaza Hotel te Utrecht. Daarbij was de klager aanwezig, vergezeld van zijn echtgenote en van zijn vertrouwensman, de heer V. De School was vertegenwoordigd door haar gemachtigde, mr. S2.
JURIDISCHE ASPECTEN
Omtrent haar bevoegdheid om van de klacht kennis te nemen en omtrent de ontvankelijkheid van de klacht heeft de LKC het volgende vastgesteld.
Het bevoegd gezag van de School is aangesloten bij de LKC. De klager valt binnen de definitie van het begrip "klager" zoals omschreven in artikel Ic van de klachtenregeling, en zijn klacht heeft betrekking op gedragingen dan wel beslissingen als bedoeld in artikel l d van die regeling. De klacht is tijdig ingediend.
De commissie acht zich derhalve bevoegd, en de klacht ontvankelijk.
KORTE INHOUD VAN KLACHT EN VERWEER
Klager is in 1995 gescheiden van de moeder van zijn kinderen D1991 en Z1993 Uuuu, die beiden onderwijs volgen op de School. De kinderen verblijven bij de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent. De Kinderrechter heeft hen onder toezicht van een gezinsvoogd gesteld.
Bij brieven van .. en .. april 2001 heeft klager de algemeen directeur van de School verzocht om een gesprek over de schoolprestaties van zijn kinderen en om toezending van kopieën van rapporten. Bij brief van .. juni 2001 heeft de algemeen directeur dat verzoek niet ingewilligd, maar klager naar de rechter verwezen opdat deze zou bepalen welke informatie de school wettelijk verplicht was te verstrekken.
Op .. oktober 2001 herhaalt klager zijn verzoek om inlichtingen, onder bijsluiting van een beschikking van de kinderrechter waarbij de ondertoezichtstelling van de kinderen met een jaar wordt verlengd. In antwoord op dat verzoek verschaft de school klager alsnog schriftelijk informatie over de schoolprestaties van de kinderen, uitgezonderd de laatste rapporten omdat die zich bij de moeder bevonden en de school daarvan geen kopieën bezat.
Klager stelt daf hij door de schoolleiding onheus en uit de hoogte is bejegend, als een lastige querulant. Ook beklaagt hij zich erover dat de school het bepaalde in artikel 377c van het Eerste Boek van het Burgerlijk Wetboek niet behoorlijk heeft nageleefd. Door hem de gevraagde inlichtingen over zijn kinderen niet terstond te verschaffen, maar hem zonder behoorlijke motivering naar de rechter te verwijzen, heeft de schoolleiding hem in zijn rechten geschaad, aldus klager.
Zowel in het verweerschrift als ter hoorzitting heeft de gemachtigde van de School ontkend dat de schoolleiding klager onheus of uit de hoogte heeft bejegend. Het is veeleer klager geweest, aldus het verweer, die vanaf zijn eerste brief een agressieve toon heeft gebezigd en met een gang naar de rechter dreigde indien hij niet terstond zijn zin zou krijgen.
Bij monde van haar gemachtigde heeft de schoolleiding ook ontkend artikel 1:377c BW niet behoorlijk te hebben nageleefd. De school had gegronde redenen om te vermoeden dat het belang van de kinderen zich zou kunnen verzetten tegen het verstrekken van de gevraagde informatie. Zolang niet duidelijk is dat het belang van de kinderen zich daartegen niet verzet, is de school niet tot het verstrekken van informatie gehouden, aldus het verweer.
OVERWEGINGEN EN OORDEEL VAN DE COMMISSIE
Naar het oordeel van de LKC overheerst in de zich in het dossier bevindende correspondentie tussen klager en de algemeen directeur van de school een strikt zakelijke, van beide zijden weinig tegemoetkomende toon. Het zou de voorkeur hebben verdiend als de school terstond was ingegaan op het verzoek van klager om een gesprek. Niet gezegd kan echter worden dat de schoolleiding klager onheus of uit de hoogte heeft bejegend. De door de algemeen directeur aan klager verzonden brieven kunnen, ook voor zover zij afwijzend van strekking zijn, niet als onredelijk van toonzetting worden bestempeld.
In dit verband wordt mede overwogen dat klager zelf weinig tot een tegemoetkomender houding van de school heeft bijgedragen door terstond, in zijn eerste brief, een gang naar de rechter aan te kondigen voor het geval zijn verzoek niet zou worden ingewilligd, daaraan toevoegend dat dit voor de school aanzienlijke kosten met zich zou kunnen brengen.
De LKC verklaart deze eerste klacht dan ook ongegrond.
Anders oordeelt de LKC over de klacht dat de schoolleiding artikel 1:377c BW niet behoorlijk heeft nageleefd. Zij acht die klacht gegrond, en overweegt daartoe het volgende:
Het eerste lid van genoemd wetsartikel houdt, toegepast op het voorliggende geval, kort gezegd in dat de school gehouden is aan de niet met het gezag belaste vader informatie over de schoolprestaties van zijn kinderen te verstrekken tenzij het belang van de kinderen zich legen het verstrekken van die informatie verzet. Bij weigering van de informatie, aldus het tweede lid, kan de betrokken ouder zich tot de rechter wenden.
Het normale geval is, zo kan uit deze bepalingen worden afgeleid, dat aan de niet met het gezag belaste ouder inlichtingen over de schoolgang van zijn kinderen worden verstrekt. Zonder meer valt ook niet in te zien dat het belang van het kind zich daartegen zou verzetten.
Het had derhalve op de weg van de school gelegen de gevraagde informatie terstond aan klager te verschaffen, in een gesprek of schriftelijk, tenzij er gegronde redenen bestonden om aan te nemen dat het belang van de kinderen zich daartegen verzette. Noch uit het verweerschrift, noch uit hetgeen ter hoorzitting van de zijde van de schoolleiding naar voren is gebracht is echter gebleken of aannemelijk geworden dat in het voorliggende geval zulke gegronde redenen bestonden.
De LKC stelt overigens vast dat de informatie-verstrekking aan klager inmiddels op gang is gekomen. Zij vertrouwt erop dat eventueel nog optredende strubbelingen in een persoonlijk contact met de vader uit de weg kunnen worden geruimd.
Een en ander neemt niet weg dat deze tweede klacht gegrond moet worden verklaard.
ADVIES
Het zal, zeker bij het toenemende aantal echtscheidingen, vaker voorkomen dat de niet met het gezag belaste ouder zich tot de school wendt om inlichtingen over de schoolprestaties en de ontwikkeling van zijn of haar kinderen.
De Landelijke Klachtencommissie geeft daarom het bevoegd gezag en de directie van de School in overweging een protocol op te stellen, inhoudende een beknopte regeling van de wijze waarop in zulke gevallen dient te worden gehandeld.
Regel dient te zijn, dat de gevraagde informatie wordt verstrekt tenzij gegronde bezwaren bestaan.
In een geval als het onderhavige, waar van ondertoezichtstelling sprake was, zou bij twijfel raadpleging van de gezinsvoogd voor de hand hebben gelegen.
s-Gravenhage, .. juni 2002
mr. M, voorzitter
mw. K, mw.mr. C.
voor dezen:
mw.mr. WS, waarnemend secretaris
|